Bestuurders uit de Metropoolregio Amsterdam (MRA) kwamen op 15 januari bijeen in Den Haag voor een werkontbijt met inhoud. Samen met vertegenwoordigers van vervoerbedrijven en Tweede Kamerleden spraken zij in Nieuwspoort over de bereikbaarheid van Nederland en de noodzaak van structurele investeringen in mobiliteit. Met deelnemers als de CEO’s van NS, ProRail en Schiphol was sprake van een breed en representatief gezelschap.
De koek moet groter
De boodschap was helder: het Mobiliteitsfonds is uitgeput, terwijl de opgaven alleen maar toenemen. Grote schaalsprongprojecten zoals Zuidasdok, de verlenging van de Noord-Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp en de IJmeerverbinding zijn cruciaal voor de woningbouwopgave, economische groei en internationale concurrentiekracht. Deze projecten zijn niet alleen regionaal, maar ook van nationaal belang. ’De koek moet groter – voor heel Nederland’, zei wethouder Marja Ruigrok van de gemeente Haarlemmermeer, tevens lid van het MRA-platform Mobiliteit en lid van het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam.
Regionale investeringen met landelijke impact
Een terugkerend punt was dat investeringen in de regio Amsterdam doorwerken in het gehele land. Zo benadrukte NS-topman Wouter Koolmees dat de landelijke dienstregeling feitelijk draait om het knooppunt Amsterdam. Projecten als Zuidasdok en de doortrekking van de Noord-Zuidlijn raken daardoor rechtstreeks verbindingen naar Groningen, Maastricht, Nijmegen en Enschede. ‘Nederland verbinden begint in de Randstad, maar eindigt daar niet’, aldus Koolmees.
‘Schiphol verdient een tweede ruggengraat’
Pieter van Oord, CEO van Schiphol, wees op de kwetsbaarheid van de Schipholtunnel. ‘We hebben gezien hoe één storing het hele netwerk kan raken. Er is onvoldoende OV-alternatief als de tunnel uitvalt.’ Het doortrekken van de Noord-Zuidlijn richting Schiphol creëert een tweede ontsluitingsroute en versterkt de betrouwbaarheid. ’Schiphol is vitale infrastructuur en verdient een tweede ruggengraat in het OV-systeem‘, concludeerde Van Oord.
Behoud vraagt om structurele investeringen
Olger van Dijk (ProRail) en Wouter Koolmees pleitten samen voor structureel meer geld voor onderhoud. ’Door tekorten aan budget en personeel verschuiven we noodgedwongen naar minimale instandhouding’, zei Van Dijk. ‘Dat is geen strategie, maar een risico.’ Koolmees wees 0p de hoge prestaties van het Nederlandse spoor, ondanks bescheiden budgetten. ‘Nederland besteedt slechts 1,2% van het bbp aan infrastructuur. Dat moet richting 2% om de kwaliteit te waarborgen.’
Woningbouw valt of staat met mobiliteit
Ook de koppeling tussen woningbouw en bereikbaarheid kwam sterk naar voren. Wethouder Christiaan Peetoom (Alkmaar) en gedeputeerde Ellentrees Müller(Flevoland) benadrukten dat de woningbouwambities in onder meer Almere, Alkmaar, Apeldoorn, Hengelo/Enschede en Helmond alleen gerealiseerd kunnen worden als ook wordt geïnvesteerd in mobiliteit.
Kamerleden aan het woord
Tussen de bijdragen door stelden de Kamerleden zich voor en deelden zij hun prioriteiten. Aan de ontbijttafel zaten Peter de Groot (VVD), Robert van Asten en Dion Huidekooper (D66), Henk Jumelet en Luciënne Boelsma (CDA), Hidde Heutink (PVV), Chris Stoffer (SGP), Ani Zalinyan (PvdA) en Peter van Duijvenvoorde (FvD). Allen benadrukten het belang van input uit de regio en de sector voor de komende besluitvormingsperiode.
Conclusie: urgentie en samenwerking
De ochtend eindigde met de overhandiging van de regionale inzet voor de bespreking van de uitkomsten van het overleg tussen Rijk en regio over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). De sfeer was constructief en de urgentie was duidelijk. Of het nu gaat om internationale bereikbaarheid, stedelijke groei of het oplossen van knelpunten op het spoor: zonder extra investeringen in infrastructuur stagneert Nederland. De oproep was unaniem: maak af wat is begonnen en zorg voor structurele middelen om de mobiliteitsopgaven van morgen vandaag al mogelijk te maken.
