Home Verkeer & Vervoer Verstedelijking Economie Landschap Duurzaamheid
Vancouver laat zien hoe het beter kan
7-6-2010

"Duurzaamheid moet gelijk staan aan kwaliteit", benadrukte  Larry Beasley, voormalig Chief Planner van het inmiddels wereldberoemde Vancouver-model. Samenvattend: Vancouver is voor ons een prima referentie voor de stedelijke  vernieuwingsopgave." Beasley was een van de sprekers van het Groene Lentefestival dat op 20 mei in Rotterdam plaatsvond.

Noreena Herz, Professor of Gobalisation, Sustanability and Finance aan de Duisenberg School of Finance, ontpopte zich tijdens de bijeenkomst tot een vurig pleitbezorgster voor duurzame ontwikkeling. "We hebben twee planeten nodig om te voorzien in onze behoeften". Het korte termijn denken is funest gebleken volgens Noreena Herz. Duurzame ontwikkeling is pure noodzaak en kosten vormen niet langer een excuus. Die zullen door het gebrek aan grondstoffen alleen maar stijgen als we niets doen. Met alle economische en sociale gevolgen van dien. In 2030 woont 60 procent van de wereldbevolking in steden. Daar is volgens Herz dan ook een belangrijke slag te maken: "Lokale politiek en private partijen moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Duurzaam leiderschap en samenwerking zijn nodig om een kettingreactie op gang te brengen."

Dat het mogelijk is bewijst Vancouver. Het stadscentrum heeft de afgelopen twintig jaar een ongekende revitalisatie doorgemaakt. Het aantal inwoners verdubbelde en een groot deel van de groei is toe te schrijven aan gezinnen. Zij geven de stad een belangrijke impuls. In Vancouver zijn een aantal planningsprincipes in nauwe samenwerking met private partijen consequent doorgevoerd. Geclusterde dichtheid in combinatie met functiemenging zorgt voor nabijheid en diversiteit. Beasley noemt het ‘smart growth'; duurzaamheid die verbonden is aan kwaliteit. Er is uitgegaan van wat de beoogde doelgroepen echt raakt, oftwel ‘stedenbouw met hart en ziel'. Van de woningvoorraad bestaat 20 procent uit sociale woningbouw en 25 procent uit eengezinswoningen.

In Vancouver wordt hoogbouw afgewisseld met mooie, groene openbare ruimten. Aan de straatzijde is altijd sprake van een strook laagbouw met maximaal drie verdiepingen, afgewisseld met grondgebonden woningen. In de plint van de laagbouw bevinden zich woningen en kleinschalige voorzieningen. Het zorgt voor levendige straten. Het autoverkeer is ondanks het verdubbelde aantal inwoners niet toegenomen. Het openbaar vervoer is verbeterd en de stedelingen moeten er volgens Beasley wel gebruik van maken: "Congestion is our friend." Toch overtreft de huidige praktijk zijn stoutste verwachtingen. Zestig procent van het verkeer bestaat uit niet-gemotoriseerde voertuigen. "Heel  bijzonder voor een Noord-Amerikaanse stad."

Friso de Zeeuw, Directeur Nieuwe Markten Bouwfonds Ontwikkeling en Praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft, ziet zeker mogelijkheden voor de toepassing van het Vancouver-model: "De stedenbouwkundige principes zijn Europees. Historisch gezien hebben we een voorsprong. Helaas heerst hier nu een tendens naar groots en meeslepend. Hoogbouw is te snel het antwoord op het exploitatietekort. We moeten terug naar stedenbouw in dienst van het alledaagse. Vancouver loopt voorop als het gaat om binnenstedelijk wonen voor middengroepen en gezinnen. Elke woning een eigen buitenruimte; slimme parkeeroplossingen; groen, winkels en onderwijsvoorzieningen in de directe omgeving en een gevoel van veiligheid, allemaal niet opzienbarend, maar dat zijn wel de kernpunten. Men realiseert deze woonmilieus in uiteenlopende dichtheden."

Friso de Zeeuw memoreert nog twee opvallende punten uit het betoog van Larry Beasley. "Vancouver wil het aandeel sociale woningbouw opvoeren naar 20%. Bij ons zou juist het omlaag brengen van het aandeel sociale woningbouw in binnenstedelijke plannen, bij voorbeeld naar 20% of minder, een goede zaak zijn. Dat zou de tekorten op de grondexploitaties enorm reduceren en onhaalbare plannen haalbaar maken. Een tweede opvallende punt was zijn onomwonden pleidooi voor openbaar vervoer en de fiets. Zijn sympathie voor filevorming in het particulier autoverkeer, ‘congestion is our friend' is in Nederland behalve van een politicus van GroenLinks, zelden te horen.
(Met dank aan Anne Luiten (Studio RO); dit bericht is onderdeel van de Nieuwsbrief gebiedsontwikkeling, mei 2010)

 

 

< Terug naar Nieuws