Home Verkeer & Vervoer Verstedelijking Economie Landschap Duurzaam
ZaanIJoevers

Ervaringen in het Oostelijk Havengebied en meer recentelijk op de Noordelijke IJoever en Zaanoevers geven aan dat de realisatie van een gewild woonmilieu én een aantrekkelijk werkmilieu hand in hand kunnen gaan. Op de middellange termijn, met een accent na 2020, kan deze vorm van integrale gebiedsontwikkeling voortgezet worden op de IJoevers (Noordoostelijke en Zuidelijke IJoevers binnen de ring A10) en langs de Zaanoevers. Dit betekent dat er een aantrekkelijke lob ontstaat in de Metropoolregio Amsterdam met toevoeging van minimaal 45.000 woningen en 20.000 arbeidsplaatsen. Een lob met de Zaan, het IJ, en het spoor Alkmaar/Hoorn- Zaandam - Amsterdam als centrale assen, met daaromheen gemengde woonwerkgebieden en op korte afstand de veenweidegebieden met onder andere de Zaanse Schans.

Het ZaanIJoeverproject heeft een capaciteit van maximaal 60.000 woningen. Voor wat betreft de infrastructuur zijn de volgende lopende projecten van belang:

  • 2e Coentunnel/Westrandweg (uitvoering 2012).
  • Busverbinding Zaandam - Noordelijke IJoever als start van de HOV Zaanse Corridor (uitvoering periode 2015 - 2022).
  • A7 Hoorn -Amsterdam (uitvoering periode 2015- 2022)
  • Programma Hoogfrequent Spoor Zaanstad-Amsterdam (uitvoering periode 2021 - 2026)


Het accent binnen de integrale gebiedsontwikkeling ZaanIJoever ligt na 2020. Een aantal elementen kunnen in de komende periode al worden aangepakt en kunnen onder meer in het kader van de kredietcrisis zelfs naar voren worden gehaald:

  1. Het (nieuwe) Hembrugterrein;
  2. Het NDSM-terrrein.

Beide initiatieven zijn parels in de metropool, met de potentie om in de toekomst een spilfunctie in de regio te gaan vervullen op het gebied van creatieve bedrijvigheid en toerisme. 

Ad 1. Nieuwe Hembrug (industrieel erfgoed, transformatie)
Als schakel tussen de twee stedelijke gebieden van Amsterdam en Zaanstad is het voormalige Hembrugterrein een uiterst interessante locatie. Het Hembrugterrein is van vitaal belang voor de ontwikkeling van het gebied tussen Amsterdam en Zaanstad. Bijna 50 hectare, een parel in de stadsmetropool met de potentie om in de toekomst een spilfunctie in de regio te gaan vervullen op het gebied van creatieve bedrijvigheid en toerisme.

Maar de ontwikkelingsopgave is complex. De locatie kampt met een mix aan milieuproblemen waaronder zware bodemvervuiling, geluid- en externe veiligheidscontouren en asbest. Verder moet rekening worden gehouden met een slechte infrastructurele ontsluiting in en rond terrein, 61 monumenten en ontbrekende nutsvoorzieningen. Dit alles vraagt een flexibele opstelling van betrokken partijen. Na vijftien jaar en vele pogingen moet het gebiedsontwikkelingsproces, met de rijksoverheid aan de knoppen, dit jaar met een levensvatbaar plan komen dat tot uitvoering wordt gebracht. Te meer daar alleen al de monumentale panden zienderogen slechter worden. De publieke partijen hebben onlangs een marktconsultatie gestart, met als doel de markt te betrekken bij de ontwikkeling van het terrein. Vanwege de complexe opgave zullen de private en publieke partijen elkaar nodig hebben om hier een geslaagd project van te maken. Vanuit de vakwereld, ontwikkelingssector en gerelateerde opleidinginstituten is grote interesse voor dit gebiedsontwikkelingsproject en -proces.

In 2009 zal er in samenwerking met marktpartijen een programma van eisen ten aanzien van een mogelijke overdracht worden vastgesteld. Dit jaar moeten er reeds tal van acties tot uitvoering komen, waaronder saneren, opknappen monumenten, aanleg nutsvoorzieningen, ontsluiten terrein, organiseren evenementen en festiviteiten als ‘Week van de Smaak', ‘Holland Festival' en duurzaamheidsprojecten. Inclusief volledig saneren kwam een eerdere berekening uit op een onrendabele top van circa € 80 miljoen. Om de ontwikkeling van het gebied op gang te brengen is € 7 miljoen nodig. Om - samenwerking met Bureau Broedplaatsen van de gemeente Amsterdam - een drietal panden op te knappen en te gebruiken als broedplaatsen voor jonge kunstenaars en startende creatieve ondernemers. Met een impuls van 2 miljoen euro kan in het voorjaar van 2009 begonnen worden. Ook zijn er concrete plannen om de bereikbaarheid van het terrein te vergroten, over water (aanleg van een steiger op de Zaan) en over de weg (aanleg van een rotonde aan de provinciale weg). Hiervoor is een bedrag nodig van een kleine € 5 miljoen euro.


Ad 2. NDSM-terrein (industrieel erfgoed, transformatie)
Het NDSM-terrein (een voormalig scheepsbouwgebied) is in totaal 43 hectare groot. Het tekort voor het ontwikkelen van dit gebied bedraagt in totaal € 151 miljoen. De verwervingskosten van vastgoed en de bodemsaneringskosten op 7 hectare van dit terrein- in de zogenaamde Noordstrook en strook Oost 1 - zijn erg hoog. De bodemsanerings- en grondexploitaties zouden voor deze stroken uitkomen op een tekort van € 119 miljoen. Besloten is daarom deze deelgebieden vooralsnog passief te ontwikkelen. Voor de overige 36 hectares zijn actieve grond- bodemsaneringsexploitaties.

De actieve grond- en bodemsanerings-exploitatie in de gebieden Zuid en Oost kennen op basis van huidige prognoses een gezamenlijk tekort van € 32 miljoen. Een risico in de actieve grondexploitaties wordt gevormd door een al dan niet toepassen van de zeehavennorm. Als deze norm niet wordt gehanteerd zal het grondexploitatieresultaat verslechteren met € 20 miljoen. Een groot deel van het tekort van € 32 miljoen heeft een relatie met het in stand houden van het industrieel erfgoed (industriële gebouwen en maaiveld inclusief scheepshellingen en sporen/rails). Doordat dit erfgoed behouden blijft, kunnen er op de plekken waar dit erfgoed zich bevindt geen marktconforme grondprijzen gevraagd worden. Immers sloop van gebouw en herbestemming naar een andere (meer opbrengsten genererende) functie is niet mogelijk.

Een zelfde situatie geldt voor het als monument benoemde maaiveld waarin monumentale scheepshellingen, kranen, sporen, etc. aanwezig zijn. Met een bedrag van circa € 10 miljoen kan de aanpak van industrieel erfgoed versneld in 2009 en 2010 aangepakt worden. Dat betreft de herontwikkeling van de industriële loodsen en het realiseren van huisvesting voor creatieve bedrijvigheid en culturele voorzieningen. Daarnaast zou een aanvang kunnen worden gemaakt met de noodzakelijke maatregelen voor de scheepshellingen, de scheepsbouwkraan en andere elementen (sporen) en voorzieningen.

 

 

 

< Terug naar Verstedelijking