Het regionale werklocatiebeleid van de Metropoolregio Amsterdam is vastgelegd in de Uitvoeringstrategie Plabeka 2010-2040 'Snoeien om te kunnen bloeien'. Met de titel wordt verwezen naar een belangrijk onderdeel van de strategie, namelijk de scherpe keuzes die de regio maakt met het uitfaseren en schrappen van plannen voor nieuwe kantoren en bedrijventerreinen. Er is ook een samenvatting beschikbaar.
Het doel en de aanpak van die werklijnen worden hier kort toegelicht. Per werklijn is een trekker benoemd.
Werklijn 1: Monitoring
Plabeka monitort al enkele jaren de actuele stand van zaken op de werklocaties in de MRA. De monitor dient als kwantitatieve ‘vinger aan de pols’.
Op basis van de jaarlijkse publicatie kunnen regionale bestuurders zien of het gezamenlijke beleid succesvol is of dat er bijsturing wenselijk is. Zo is het besluit om te komen tot een actualisatie van de Uitvoeringsstrategie uit 2007 in belangrijke mate genomen op basis van de signalen die uit de Plabeka Monitor naar voren kwamen.
Enkele zaken die in de jaarlijkse monitor aan bod komen zijn:
- Hoeveel uitgifte van bedrijventerreinkavels heeft plaatsgevonden?
- Hoeveel kantoren zijn er nieuw bijgebouwd en hoeveel zijn er getransformeerd?
- Hoe ontwikkelt de leegstand van kantoren zich?
- Hoe ontwikkelt het planaanbod voor nieuwe bedrijventerreinen en kantoren zich en zijn deze in lijn met de afspraken uit de Uitvoeringsstrategie?
- Komt de feitelijke ontwikkeling van de vraag overeen met de prognoses?
Klik hier voor de meest recente Monitor Uitvoeringsstrategie Plabeka. De trekker van deze werklijn is Tom Lips (provincie Noord-Holland
NAAR BOVEN
Werklijn 2: Aanscherping programmering 2010-2020
Door het vaststellen van de Uitvoeringsstrategie Plabeka 2010-2040 is er 1,9 mln m2 kantoorplannen en meer dan 500 ha bedrijventerreinplannen geschrapt of uitgefaseerd tot na 2040. Grotendeels komt dit bovenop de reductie van 3,5 mln m2 kantoorplannen uit 2007.
Geconstateerd is dat er desondanks een mismatch blijft voor de korte en middellange termijn (tot 2020). Zowel bij de kantoren als bedrijventerreinen is er tot 2020 meer aanbod aan plannen dan waar vanuit de markt vraag naar wordt voorzien. Daarom zijn de Plabeka-partners overeengekomen om in 2012 te komen tot een aanscherping van de programmering tot 2020. Iedere deelregio zal een strategie ontwikkelen waarmee een deel van de overmaat van plannen die nu nog in de pijplijn zitten (tot 2020) worden uitgefaseerd in de tijd (na 2020).
Plabeka is eind 2011 gestart met het proces om samen met de deelregio’s te komen tot een aangescherpte programmering. De trekker van deze werklijn is Yolanda Musson, procesmanager Plabeka.
NAAR BOVEN
Werklijn 3: Naar een gemeenschappelijke grondprijssystematiek
De MRA-partners streven ernaar om gezamenlijk in regionaal verband een Level Playing Field te creëren op het gebied van grondprijzen. Door grondprijzen op een transparante en uniforme manier te berekenen weten het lokale, regionale en internationale bedrijfsleven en marktpartijen waar ze aan toe zijn. Ook wordt concurrentie tussen overheden binnen de Metropoolregio Amsterdam tegengegaan. Dit is een win-win situatie voor alle partijen.
Dit streven wordt in 2012 verder uitgewerkt. Er vindt nader nader onderzoek plaats naar de mogelijkheden om over te gaan tot één en dezelfde regionale, gemeenschappelijk grondprijssystematiek. Het gaat daarbij om het inventariseren van draagvlak, het benoemen van alle mogelijke belemmeringen én mogelijke oplossingsrichtingen om te komen tot zo’n eenduidige systematiek. Verevening of het opzetten van een gezamenlijk grondbedrijf wordt niet meegenomen in deze uitwerking.
Eerder liet Plabeka al onderzoek uitvoeren naar grondprijzen in de MRA (Advies Stec groep). Deze werklijn borduurt voort op de kennis die met dat onderzoek is opgedaan. De trekker van deze werklijn is Yolanda Musson, procesmanager Plabeka.
NAAR BOVEN
Werklijn 4: Nut en noodzaak van een regionaal grondbedrijf
Deze werklijn wordt in een later stadium uitgewerkt.
NAAR BOVEN
Werklijn 5: Aanpak verouderde bedrijventerreinen
De herstructureringsopgave in de MRA is groot, zo bleek uit onderzoek uit 2009. Bovendien zijn herstructureringsprojecten vaak complexe, kostbare en langdurige processen. Het gebrek aan geld, kennis en capaciteit – met name bij kleinere gemeenten – bleek een grote bottleneck te zijn om die opgave voortvarend aan te pakken.
Daarom heeft Plabeka in 2009 het initiatief genomen om kennis en kunde op het vlak van herstructurering bedrijventerreinen regionaal te bundelen in het Projectbureau Herstructurering Bedrijventerreinen (PHB). Gemeenten kunnen gebruik maken van de (gratis) diensten van de accountmanagers van dit projectbureau om projecten aan te jagen en provinciale(HIRB) subsidie aan te vragen. Door die regionale aanpak wordt een aantal knelpunten weggenomen die herstructureringsprocessen normaliter in een vroeg stadium frustreren (namelijk een gebrek aan kennis, kunde en capaciteit).
In de Uitvoeringsstrategie 2010-2040 is de regionale aanpak van herstructurering wederom als belangrijk speerpunt van Plabeka benoemd. Het PHB wordt voortgezet. Op hun website staan de contactgegevens van het PHB. De trekker van deze werklijn is Casper de Canne van de gemeente Zaanstad.
NAAR BOVEN
Werklijn 6: Aanpak leegstand kantoren
Volgens de laatste Plabeka-monitor is er zowel in nationaal als internationaal perspectief sprake van een voortdurende hoge leegstand van kantoren in de MRA:
- in absolute zin: 2,5 mln m2 staat leeg (nationaal ca. 7 mln m2);
- in relatieve zin: 17,8% van de totale voorraad (nationaal ca. 14%).
Het doel van deze werklijn is om vanuit overheidsperspectief en in samenspraak met marktpartijen alle mogelijke maatregelen te nemen om 1,5 mln. m² kantoorruimte uit de markt te nemen door transformatie. Daarnaast moet er 1,5 mln m2 kantoren worden herontwikkeld (renovatie of sloop-nieuwbouw).
De kantorenloods van de gemeente Amsterdam stimuleert en faciliteert vastgoedeigenaren bij het omzetten van hun leegstaande kantoorpanden naar andere functies, zoals woningen, hotels, ruimten voor creatieve, startende bedrijven en broedplaatsen (in samenwerking met de andere loodsen). Ook de gemeente Haarlemmermeer zet ambtelijke capaciteit in om het leegstandsprobleem tegen te gaan. Er vindt kennisuitwisseling plaats tussen Amsterdam en Haarlemmermeer op dit gebied.
In 2012 wordt de Plabeka werklijn ‘Aanpak leegstand kantoren’ verder geconcretiseerd en uitgewerkt.
NAAR BOVEN
Werklijn 7: Adviescommissie Plabeka
De samenwerkende overheden willen in Plabeka-verband graag meer samenwerken met marktpartijen. Daarom is in 2010 een adviescommissie ingesteld die zwaarwegende adviezen formuleert aan het bestuurlijk overleg PRES over hoe ‘de markt’ aankijkt tegen het beleid zoals dat door Plabeka wordt ontwikkeld en uitgevoerd. In het organogram staan de commissieleden genoemd.
NAAR BOVEN