Home Verkeer & Vervoer Verstedelijking Economie Landschap Duurzaamheid
Laag Holland

De veenweiden en de droogmakerijen ten noorden van het Noordzeekanaal maken alle deel uit van het Nationaal Landschap Laag Holland. Het gebied is een uniek oer-Hollands landschap tussen de steden Alkmaar, Amsterdam, Hoorn en Zaanstad. Kenmerkend is de afwisseling tussen de waterrijke veenweiden en de dieper gelegen droogmakerijen. Daarbinnen liggen kleine dorpen met een historisch door het landschap gevormde structuur. De veehouderij speelt een belangrijke rol. Het gebied heeft een oppervlakte van ongeveer 54.000 hectare en telt zo'n 350.000 duizend inwoners.

Streefbeeld 2040
De verstedelijking en infrastructuur zijn in de veenweiden en droogmakerijen niet sterk toenemen. De droogmakerijen hebben hun identiteit behouden en worden nog steeds benut als belangrijk landbouwgebied. De agrariërs doen steeds meer aan verbreding van hun activiteiten en de biologische landbouw is sterk toegenomen. Op kleine schaal worden mogelijkheden geboden voor landgoedontwikkeling. De veenweiden bestaan uit weidevogelgebieden afgewisseld met natte gebieden met riet en wilgen, welke worden gebruikt voor energieteelt. Landbouwproducten uit het gebied worden nog veel meer dan nu verkocht in de stad. De recreatie is toegenomen doordat er aan de rand van de stad recreatieve transferia zijn neergezet, waar recreanten informatie over het gebied krijgen en een fiets, kano of boot kunnen huren.

Koers 2020
Voorop staat het in stand houden en ontwikkelen van het gebied en de daaraan verbonden kenmerken: de openheid, de specifieke waterhuishouding, het veenpakket, de lage, natte ligging, het ontbreken van opgaand bos, het verkavelingspatroon van de droogmakerijen, de fortificaties van de Stelling van Amsterdam en de openheid van de Beemster. De laatste twee hebben een Werelderfgoedstatus. Bij dit alles is nadrukkelijk oog voor de internationaal onmisbare rol van het gebied bij het voortbestaan van de weidevogels.

Opgaven
De veenweiden en de droogmakerijen van het Nationaal Landschap Laag Holland kampen met een aantal hardnekkige problemen:

  • De natte veenweidegebieden zijn voor de melkveehouderij economisch steeds minder rendabel;
  • De natuurlijke en landschappelijke kwaliteit van de gebieden gaat achteruit als gevolg van verruiging;
  • De beheer- en inrichtingskosten zijn hoog als gevolg van de fysieke beperkingen van de agrarische exploitatie;
  • De waterkwaliteit in de gebieden is matig en moet, in het kader van de Europese Kaderrichtlijn Water kan in veel gevallen fors verbeterd worden;
  • De veenweidengebieden produceren aanzienlijke hoeveelheden CO2 als gevolg van de ontwatering in onderbemalingen voor intensief landbouwkundig gebruik en het stelselmatig volgen van de bodemdaling van het peilbeheer (circa 3-4% van de jaarlijkse Nederlandse uitstoot).

Om deze problemen aan te pakken is de inzet gericht op:

  1. Verduurzaming van het beheer door de inzet van kostendekkende vergoedingen voor zowel voor natuurbeheer dor agrariërs als voor terreinbeherende natuurorganisaties.
  2. Vergroten toegankelijkheid en ‘voelbaarheid' van het archetypisch Hollandse landschap.
  3. Verhoging vitaliteit kleine kernen mede door het creëren van hoogwaardig woon- en werkmilieus in en om de dorpen en kernen.
  4. Ontwikkeling nieuwe financieringsinstrumenten.


Acties

< Terug naar Landschap