24-6-2010
Duurzaam onderhoud van het Nederlands landschap gaat de komende jaren zo'n € 418 miljoen per jaar kosten. Dat heeft KPMG Sustainability berekend in opdracht van het Interprovinciaal Overleg en de ministeries van VROM en LNV. In het onderzoek heeft de doelstelling van 10% groenblauwe dooradering centraal gestaan.
Nederlandse cultuurlandschappen vertegenwoordigen een grote maatschappelijke waarde en vergen de komende jaren dan ook aanzienlijke investeringen voor herstel, inrichting en beheer. Het onderzoek van KPMG moet ertoe leiden dat er een fundamentele discussie ontstaat over duurzame financiering van het landschap. "Ondanks het feit dat landschap hoog op de bestuurlijke agenda staat, heeft een dergelijke discussie tot op heden nooit plaatsgevonden. Het was dan ook niet duidelijk hoe het cultuurlandschap er uiteindelijk zou moeten uitzien en welke investeringen daarvoor nodig zijn", constateert Bernd Hendriksen van KPMG Sustainability.
Door uit te gaan van de doelstelling van 10% groenblauwe dooradering bleek het mogelijk een onderbouwde schatting te maken van het geld dat nodig is om de ambities te realiseren. Het gaat daarbij om het beheer en herstel van waardevolle cultuurlandschappen, zoals de Nationale Landschappen, de Rijksbufferzones, de Belvedèregebieden, de Unesco gebieden en waardvolle landschappen in een aantal provincies. Deze omvatten ongeveer de helft van het landoppervlak van Nederland, buiten de steden en grote oppervlaktewateren.
Bij de ramingen zijn volgens Hendriksen uiterst realistische uitgangspunten gehanteerd. "Dat betekent dat we niet alleen de kosten voor herstel, aanleg en beheer van groene en aardkundige landschapselementen, historische waterlopen en de bijbehorende recreatieve ontsluiting meenemen. We benoemen ook expliciet welke kosten verbonden zijn aan het verwijderen van storende bebouwing. En we wijzen er vooral op dat investeringen in het landschap ook een beperking van het agrarisch gebruik met zich mee brengen. We zijn ervan uitgegaan dat voor 90% van de 13.376 hectare grond die plaats moet maken voor nieuwe landschapselementen een marktconforme vergoeding voor de grond nodig is. Veel andere onderzoeken houden daar onvoldoende rekening mee."
Naarmate herstel en inrichting van het landschap vorderen, zal het aandeel beheerkosten tot 2020 volgens Hendriksen geleidelijk toenemen. Hendriksen: "In de kosten van herstel valt het grote aandeel voor recreatieve voorzieningen, water en aardkundige elementen overigens op. Dit speelt vooral in het Groene Hart en enkele andere zogenaamde Deltalandschappen. Ervan uitgaande dat de plannen voor herstel en inrichting in 2020 gerealiseerd zijn, resteren na 2020 alleen de beheerkosten van zo'n € 206 miljoen per jaar. In de huidige tijd nog altijd een forse investering. Het is dan ook te verwachten dat rijk en provincies samen serieus gaan nadenken over de wijze van financiering en het stellen van prioriteiten."
(Persbericht KPMG, 14-06-2010)