27-8-2010
Het jaarrapport ‘Hernieuwbare Energie in Nederland 2009’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) beschrijft de bijdrage van hernieuwbare energiebronnen aan de Nederlandse energievoorziening in de periode 1990-2009. Aan bod komen totaaloverzichten van elektriciteit, warmte en vermeden verbruik van fossiele primaire energie. Per energiebron worden de recente ontwikkelingen en de waarnemingsmethode toegelicht.
Het verbruik van hernieuwbare energie in Nederland is in 2009 gegroeid van 3,3 naar 3,8 procent van het totale energieverbruik. Dat kwam vooral door de groei van de productie van hernieuwbare elektriciteit. Deze nam toe van 7,5 naar 8,9 procent van het totale elektriciteitsverbruik. Ook het verbruik van biobrandstoffen in het wegverkeer steeg.
De groei van de hernieuwbare elektriciteitsproductie kwam vooral door een toename van het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales en door het in gebruik nemen van middelgrote installaties voor het verbranden van afvalhout en van kippenmest. Daarnaast nam ook de elektriciteitsproductie uit windmolens toe, maar niet zoveel als in eerdere jaren. Dat komt omdat er in 2009 aanmerkelijk minder nieuwe windmolens zijn bijgeplaatst dan voorgaande jaren. Ook waaide het relatief weinig.
Het aandeel biobrandstoffen voor het wegverkeer nam toe van 2,6 naar 3,4 procent van alle verbruikte benzine en diesel in 2009. De productie van hernieuwbare warmte groeide met 0,1 procentpunt naar 2,0 procent van het totale warmteverbruik.
(CBS, 26 augustus 2010)
Meer informatie is hier te vinden.