Een goed functionerende, duurzame metropool is gegrondvest op de pijlers: mensen, economie en fysieke omgeving. Als één van de pijlers wordt ondergraven, is de metropool niet duurzaam. Bij het toewerken naar een duurzame metropoolregio in 2040 zijn drie absolute topprioriteiten te onderscheiden. Parallel daaraan vergt het oplossen van drie dilemma's eveneens alle aandacht bij het realiseren van het duurzame toekomstbeeld.
Topprioriteiten:
- Verkeerssysteem met een hoog aandeel van OV en langzaam verkeer
- Onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen
- Ontwikkelen van duurzame economische clusters
1. Verkeerssysteem met een hoog aandeel van OV en langzaam verkeer
Het autoluw inrichten van delen van de steden in de metropoolregio kan een enorme impuls geven aan de lokale verblijfskwaliteit en daarmee aan de economische kracht van de metropoolregio als geheel. Niet zozeer omwille van de luchtkwaliteit (in 2040 rijden we tenslotte elektrisch), maar omdat autoluwte veel ruimte vrijmaakt voor bredere trottoirs, fietspaden, water, groen, speelgelegenheden en een betere doorstroming van het OV. Aanvullend moet een integraal pakket van maatregelen, zoals strategisch geplaatste P+R-voorzieningen (transferia), verbetering van OV en zo nodig afremmende maatregelen moeten de metropoolregio uitstekend bereikbaar houden, zonder dat bewoners en bezoekers genoodzaakt zijn de auto te gebruiken. Wel moeten de autoluwe delen van steden bereikbaar blijven voor functies en groepen die afhankelijk zijn van de auto zoals winkels.
2. Onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen
Fossiele energie wordt door de bank genomen alleen maar duurder. Geopolitiek wordt importeren van energie steeds riskanter. Klimaatbescherming vraagt schone energie nu. Bij het aantrekken van bezoekers, bedrijven en bewoners zal betaalbare schone energie steeds belangrijker worden. Energie-efficiëntie levert vrijwel onmiddellijk geld op. Nu investeren in schone energiebronnen en een bijpassend distributiesysteem zet ons op tijd klaar voor het fossielvrije tijdperk. Bovendien genereert het kennisontwikkeling die weer te exporteren is.
3. Ontwikkelen van duurzame economische clusters
De metropoolregio heeft een economie nodig die concurrerend is, welvaart en werkgelegenheid brengt, maar die ook aansluit bij de ruimtelijke en sociale kwaliteiten. People, Planet en Profit vormen een Yin Yang in drievoud. Wat is de economie die bij ons past? Wat is de beste strategie? Hoe kunnen we als overheden hier in sturen? Ontwikkeling van kennis en technologie, noodzakelijke aanpassingen van het internationale financiële systeem, de toekomst van de luchtvaart en tal van andere economische activiteiten vragen heroriëntatie van de strategie waarmee de metropoolregio zich internationaal en lokaal in de markt zet.
Dilemma's
- Sterke afhankelijkheid van fossiele energie
- Veenweidegebied vergroten CO2-belasting
- Stedelijke verdichting kan leefbaarheid negatief beïnvloeden
1. Sterke afhankelijkheid van fossiele energie
De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is groot in de metropoolregio. Dat geldt in het bijzonder voor de grote dragers van de economie: de lucht- en scheepvaart, de haven en de zware industrie. De toegepaste technieken van deze economische motoren zijn niet of nauwelijks geschikt te maken voor duurzame energievormen. Dat betekent dat in de transformatie naar een economie die niet afhankelijk is van energie uit fossiele bronnen, het accent niet ligt op alternatieven voor de huidige economische motoren. Maar daarmee dreigen de huidige economische trekkers buiten de scope van het transitieproces te geraken. Deze situatie pleit voor snel ingrijpen. Een transitie van de huidige economie is een noodzaak, waarin duurzame technieken en toepassingen worden aangejaagd en nieuwe bedrijvigheid wordt aangetrokken die onafhankelijk is van fossiele brandstoftechnieken.
2. Veenweidegebied vergroten CO2-belasting
De veenweidegebieden in de metropoolregio zijn landschappelijk bepalend voor de identiteit van het gebied. Daarnaast hebben ze een hoge natuurwaarde. Maar in tegenstelling tot een groengebied zoals bos, neemt veenweide geen CO2 op maar draagt het juist bij aan de CO2-belasting. Daar komt nog bij dat veenweidegebied economisch al lang niet meer rendeert en dat het beheer kostbaar is. Van invloed op het toekomstbeeld voor het veenweidegebied is de vraag of dit type landschap zich kan ontwikkelen tot een robuust en zichzelf vernieuwend gebied. Met andere woorden: moeten we niet over de waarden die het gebied nu heeft heen kijken?
3. Stedelijke verdichting kan leefbaarheid negatief beïnvloeden
Amsterdam is vergeleken met andere stedelijke gebieden in de wereld dun bevolkt. Verdere uitbouw van de metropoolregio met dunne bebouwing leidt tot verstening van de hele regio. Compacter bouwen brengt bewoners dichter op elkaar. Het is de vraag of dat past bij onze aard en cultuur. De compacte delen van de regio kunnen - als het fout gaat - haarden worden van stress en sociale spanningen. Maar als het goed gaat zijn het uitdagende en inspirerende nieuwe woonvormen. Goed of fout hebben alles te maken met visie en regie op de ruimtelijke invulling en de wijze waarop bestaande bouw wordt ingepast. Hier ligt voor de metropoolregio een belangrijke taak.