In december 2007 is Rijkswaterstaat Noord-Holland, in nauwe samenwerking met de regionale overheden, gestart met de studie ‘Verkenning A10 Noord'. Opdrachtgever is het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. In de verkenning zijn vijf oplossingrichtingen uitgewerkt: benutten, uitbreiden naar 2x4, parallelstructuur (4x2), een wisselstrookvariant en een OV-variant.
De A10 Noord is een belangrijk knelpunt en als zodanig benoemd in zowel de Nota Mobiliteit (NoMo) als in de Netwerkanalyse Noordvleugel (september 2006). Zonder ingrijpen worden de beoogde reistijden conform de normen uit de NoMo in 2020 niet gehaald.
Ten aanzien van de vijf oplossingsrichtingen is inmiddels duidelijk dat de benuttings- en OV-variant hoegenaamd niet bijdragen aan het oplossen van de problematiek. De drie uitbreidingsvarianten leiden tot een wezenlijk betere doorstroming en bereikbaarheid; geen van allen zijn echter volledig probleemoplossend. Door aanvulling met maatregelen uit de OV- en benuttingsvariant zou een optimum te vinden moeten zijn; dit is echter niet in de verkenning uitgewerkt.
In het MIRT-overleg van 28 oktober 2008 heeft de minister aangegeven voorlopig geen vervolg aan de verkenning te geven, hoewel de problematiek op de A10 Noord wordt erkend. Op dit moment ligt de prioriteit bij uitvoering van de reeds lopende projecten in Noord-Holland.
De verkenning is conform planning in november afgerond.