Naast de uitbreiding van de weginfrastructuur (zie Planstudie SAA) van de rijkswegen A1/A6/A9, is een fikse verbetering van het openbaar vervoer nodig op de corridor Schiphol - Amsterdam - Almere - Lelystad. Dit project staat bekend als Planstudie Openbaar Vervoer Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (OV-SAAL).
De uitbreiding van Almere in de periode tot 2030 met 60.000 woningen maakt dat de vervoerrelatie met Amsterdam nog meer onder druk komt te staan. Door de verdere groei van het luchtvaartverkeer zal ook hier de vervoervraag sterk toenemen, te meer daar de werkgelegenheid op en rond Schiphol eveneens zal toenemen. Verbetering van het openbaar vervoer op de corridor Schiphol - Amsterdam - Almere - Lelystad is dan ook van groot belang om de regio bereikbaar te houden.
Het project OV-SAAL wordt in nauwe samenwerking tussen het Rijk en de Metropoolregio Amsterdam uitgevoerd. Het project heeft nauwe banden met de Amsterdamse Zuidas, de verdere ontwikkeling van Schiphol en de toekomstvisie rond het IJmeer/Markermeer. Gekozen is voor een indeling in drie fasen: maatregelen voor de korte, de middenlange en de lange termijn.
De aandacht op korte termijn is vooral gericht op optimalisatiemaatregelen voor de periode tot 2013. Het gaat in de eerste plaats om uitbreidingen van het bestaande spoor ten oosten en ten westen van station Amsterdam Zuid. Tweede speerpunt betreft een gedeeltelijke uitbreiding van de Flevolijn naar vier sporen bij Almere (tussen de stations Almere Muziekwijk en Almere Centrum en tussen de stations Almere Buiten en Almere Oostvaarders). Op 20 maart 2008 heeft het kabinet over dit pakket een besluit genomen.
Voor de middellange (tot 2020) en de lange termijn (2030) wordt momenteel onderzocht welke maatregelen noodzakelijk zijn. Voor aanvullende uitbreidingen van het spoor tot 2020 is een budget van € 744 miljoen gereserveerd. In 2009 volgt een besluit over de te nemen maatregelen. Om inzicht te krijgen in de te nemen maatregelen voor de periode na 2020 wordt momenteel gezamenlijk door Rijk en regio een verkenning uitgevoerd. Dit moet leiden tot een kabinetsbesluit eind 2009 over een voorkeursvariant, inclusief een principebesluit over de IJmeerverbinding en de voor de uitvoering noodzakelijke financiële middelen. Voor de realisatie van de maatregelen op de korte en middellange termijn heeft de rijksoverheid € 1,35 miljard uitgetrokken.
Meer informatie is hier te vinden.