Home Verkeer & Vervoer Verstedelijking Economie Landschap Duurzaamheid
Ondergrondse tunnelvariant Zuidas haalbaar
6-11-2009

Onderzoek naar de ontwikkeling van het Zuidasproject in Amsterdam heeft drie varianten opgeleverd, die een stuk goedkoper zijn dan het oorspronkelijke plan uit 2007.  Dit blijkt uit de Tussenrapportage Business Case Zuidas. De drie varianten voor het Zuidasdok zijn allemaal haalbaar. Ook als het dok volledig ondergronds wordt aangelegd, resteert in de rekenmodellen een positief resultaat van grofweg € 200 miljoen.

In opdracht van de ministers Cramer (VROM), Eurlings (V&W), Van der Hoeven (EZ en Bos (Financiën) zijn drie varianten uitgewerkt voor het bebouwen en uitbreiden van de infrastructuur op de Zuidas. Dit is gebeurd onder leiding van voormalig topambtenaar en oud-ambassadeur in China, Dirk Jan van den Berg, nu bestuursvoorzitter van de TU Delft. Het oorspronkelijke plan volgens het zogenoemde dokmodel, ging uit van de ondergrondse aanleg van spoor en snelweg aan de Zuidas, en de bouw van kantoren en wegen daarboven. De kosten daarvan waren voorzien op ruim 2,1 miljard euro. De drie bekeken varianten gaan nog steeds uit van een dokmodel: te weten een dok 'onder de grond', een dok 'half in de grond' en een dok 'boven de grond'. In alle drie gevallen liggen de tunnels voor auto, trein en metro minder diep onder de grond. De plannen leveren aanzienlijke besparingen op, in de orde van grootte van enkele honderden miljoenen euro's. Naarmate het dok hoger komt te liggen, is de uitkomst positiever. De technische risico's zijn daarnaast minder groot, bijvoorbeeld omdat de constructies van de infrastructuur en het vastgoed niet meer aan elkaar zitten.

De ondergrondse tunnelvariant biedt volgens de Tussenrapportage ruimte aan 770.000 m2 vastgoed. Als het dok half in de grond komt, kan 750.000 m2 worden gebouwd en ligt het dak 4,9 meter boven NAP. Deze hoogte wordt overbrugd met een glooiende helling. Bij de geheel bovengrondse variant ligt het tweede maaiveld 15 meter boven NAP en de tunnelwanden 17 meter van de bestaande bebouwing. Op het dak is dan plaats voor 601.000 m2 vastgoed. Bij alle varianten kan de bouw van het vastgoed pas na 2024 aanvangen, als alle tunnels zijn aangelegd.

In de drie varianten liggen alle spoorlijnen en autowegen in afzonderlijke tunnels naast elkaar, in plaats van boven elkaar zoals in het oorspronkelijke dokmodel. Onder andere hierdoor zijn de kosten lager. Ook zijn de risico's van het bouwen bij belendingen en boven tunnels gereduceerd. Van den Berg adviseert het project op te delen in onderdelen die passen bij de natuurlijke rol van de betrokken spelers.  Voor abnormale risico's zou een Risicofonds in leven moeten worden geroepen.

Van de Berg komt in december met zijn definitieve advies, nadat hij de drie varianten besproken heeft met betrokken overheden en private en maatschappelijke partijen. Zo worden onder meer de gemeente Amsterdam, Rijkswaterstaat en spoorbeheerder ProRail. Geraadpleegd. Begin volgend jaar moet het kabinet dan knopen doorhakken.
(Property.nl, 06-11-2009 / ANP, 05-11-2009)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

< Terug naar Nieuwsarchief