4-8-2009
Het advies mondt uit in een aantal aanbevelingen. Om het Markermeer-IJmeer als duurzaam ecologisch systeem een kwaliteitssprong te laten maken beveelt de RMNO aan dat:
- Het uitwerken van een systeemvisie prioriteit krijgt; een systeemvisie voor de langere termijn en op een grotere schaal dan de huidige individuele projecten voorstaan. Hiervoor moet nauwkeuriger inzicht worden gegeven in het beheer van de waterstromen en daaraan gerelateerde slibstromen en -verdelingen in het gebied. Een dergelijk inzicht is nodig om gedegen analyses over de mogelijke kwaliteitssprong te kunnen maken. Dit hangt samen met de aanpak van instroom van nutriëntrijk water;
- Door de aanwezigheid van uitgestrekte velden met waterplanten (Gooimeer, IJmeer en Gouwzee), relatief ondiepe (3 - 4 meter), voedselrijke wateren, openheid, rust en ruimte zijn er veel soorten en grote aantallen vogels die foerageren, ruien, rusten en broeden. In en aan de randen van het gebied. De natuurkwaliteiten staan wel onder druk door de grote hoeveelheid opwervelend slib, de toenemende recreatieve druk en temperatuurstijging. Dit is terug te zien in de afname van vooral vis- en driehoeksmosseletende vogels,(Gooi/Eemmeer) en de grootschalige aanpak van het sliboverschot (via maatregelen tegen opwervelen, aanleg diepe geul of via meer grootschalige verdiepingen) en daaruit voortvloeiende verandering van de slibverdeling.
- De aanpak van bronnen en een duurzame oplossing voor de slibproblematiek zal de waterkwaliteit niet alleen duurzaam verbeteren, maar ook de stabiliteit van het ecosysteem bevorderen (opbouw en draagkracht van de voedselpiramides).
- De gewenste bijzondere natuurwaarden kunnen alleen worden verkregen indien er voldoende rust en ruimte in het gebied voor handen is. Voldoende areaal is een belangrijke voorwaarde voor habitatkwaliteit. De Raad neemt waar dat de geprojecteerde ruimtelijke ontwikkelingen over de as ‘Schiphol-Amsterdam- Almere-Lelystad' fors zijn. Het Markermeer en IJmeer en de daar ecologisch aan verwante natuurgebieden (Oostvaardersplassen, Naardermeer) krijgen wellicht te maken met grote woningbouwopgaven en de daarmee samenhangende mobiliteitvraagstukken. Deze kunnen het verkrijgen van bijzondere natuurwaarden in de weg staan. De RMNO ervaart het in dit kader als een gemis dat in de voorgelegde stukken niet is gekeken naar de mogelijke impact (gebiedsdoorsnijding) van de opkomende opties om Almere en Lelystad te voorzien van nieuwe verbindingen door het water van het Markermeer-IJmeer. Eén door het IJmeer, in de richting van Amsterdam en één door het Markermeer, naar de kust van Noord-Holland. Ook de mogelijke realisatie van buitendijkse woonwijken zijn onderbelicht gebleven.
- Een nadere kwantificering wordt gemaakt van een aantal projecten die goed gerealiseerd kunnen worden. Dit zijn de Hoornse Hop, de vispassages, de vooroevers en het oermoeras. Deze projecten kunnen - door hun publieke zichtbaarheid - een goede uitwerking hebben op het maatschappelijk draagvlak voor de uit het zicht liggende maatregelen die meer systeemgerelateerde en potentieel ingrijpender zijn (zoals restrictief ruimtelijk, economisch en recreatiebeleid, en het eerder genoemde structurele grootschalige slibbeheer). De Raad benadrukt dat als het alleen bij het realiseren van ‘laaghangend fruit'-projecten blijft, de gewenste kwaliteitssprong niet gehaald zal kunnen worden.
- De haalbaarheid van eventuele ontwikkeling van recreatie, woningbouw en infrastructuur is afhankelijke van de ontwikkeling van de ecologische kwaliteit (en dus van maatregelen die deze ecologische kwaliteit beogen te realiseren). Onderzocht moet worden waar in de implementatie van de Natura2000-doelen ruimte is gezien het feit dat de huidige situatie van het Marker/IJmeer een tussenstadium is in de ontwikkeling naar een volwassen systeem. En dat ook de gehanteerde referentiesituatie voortkomt uit een systeem dat in de eerste fasen van zijn ontwikkeling was en er van een volwassen ecosysteem nog lang geen sprake is.
(Bron: website RMNO)
Downloaden ---> Advies RMNO